Mijn tweede diepe PSIP-sessie

Gepubliceerd op 24 augustus 2026 om 21:08

Ik heb voor de tweede keer een PSIP sessie ervaren. Dit is een heel diepe en helende methode, die veel belovend is voor het veld aan trauma therapieën. Het heeft wel wat overlap met andere vormen. Maar er zit een diepte in die ervoor kan zorgen dat veel mensen sneller en dieper kunnen helen van trauma’s in de brede zin van het woord.

 

Sam heeft de PSIP opleiding gevolgd in Zwitserland en is nu in haar opleiding bij Centrum Puur in Beneden-Leeuwen deze vorm aan het integreren. Ze is ze gestart met de PSIP drie-daagse met een groepje en met dat groepje ondertussen al een verleng traject begonnen wat ook een opleiding gaat worden. Zeer boeiend allemaal. Met degenen die al een PSIP sessie gehad hebben bood ze een extra dag aan zaterdag. We waren met een groepje van vier, en iedereen krijgt een sessie van 90 minuten.

 

Mijn vorige sessie heb ik beschreven in een eerdere blog van 25 -5-2026.

 

Deze keer had ik al het gevoel dat ik een keer wilde proberen met medicijn, om dieper in het lijf te komen. De beschermingsmechanismen worden zachter en je komt sneller diep in je lijf met een lichte dosis cannabis. Dit psychedelisch middel zorgt voor een snelle landing in het lijf. Het nadeel kan zijn dat dit voor bepaalde delen te snel gaat. Ketamine zorgt ervoor dat je juist heel zacht in je lijf land. Het is heel erg afstemmen en intuïtief werken. Soms is zonder middel de beste keuze op dat moment. Je hebt heel goed af te stemmen op je innerlijke delen wat op dit moment het beste is.

 

Ik voelde hoe veel en hoe groot het was, die grote berg aan oude pijn in mijn binnenste. Zoveel delen die heel hard trekken. Naar oude patronen, naar de diepte. Ze belemmeren mij in het dagelijks leven echt te kunnen leven en mezelf te zijn. Een dagelijkse strijd met een hele klas met jonge kinddelen. Die nog de pijn dragen dragen van wat er ooit niet was. Zonder schuld of oordeel. Dit is steeds weer belangrijk te benadrukken. Het gaat niet om verwijten naar anderen, naar je ouders of verzorgers. Want het is het leven. Alleen al in de baarmoederperiode zijn er al zoveel momenten dat een embryo zich verloren kan voelen. Dat een moeder wat teveel stress heeft. En in onze samenleving zijn we lange tijd zo uit verbinding geweest met ons gevoel, dat “verbinden met je baby in je buik” raar werd gevonden. Die weet er later toch niks meer van, werd gedacht. Nu laat de wetenschap wel zien dat het heel anders is. Een baby slaat alles op in het onbewuste wat het meemaakt, vanaf het prilste begin draait het erom of een baby zich welkom voelt. Anna Verwaal heeft dit uitstekend uitgelegd in podcasts. Dit alleen al is zoveel omvattend. Het gaat om heel veel lagen die meespelen. Op de bovenlaag kan alles perfect lijken. Maar op hoe dieper niveau je kijkt, hoe meer krassen op de plaat we allemaal meedragen.

 

Een moeder kan hier niets aan doen. Ze zocht (in de meeste gevallen) het allerbeste voor haar kind en deed wat ze kon doen, wat ze toen wist. Dus het blijft belangrijk te benadrukken dat het nooit om schuld gaat. Toch kan het zo blijven dat een moeder dit gevoel toch blijft hebben als ze dit leest. En dan is het juist interessant om te kijken wat er in jou als moeder dan geraakt wordt. Dat gaat vaak weer over delen in jou als moeder die jij zelf tekort kwam. De krassen op de plaat die je zelf in je draagt, en waar je misschien meer bewustzijn op mag hebben, zodat je zelf ook weer meer in verbinding mag komen met jezelf en je eigen binnenwereld serieus mag nemen. We dragen allemaal zoveel mee waar we ons niet bewust van zijn. Dit gaan we ontdekken als we innerlijk werk gaan doen en gaan duiken in onszelf, in ons onderbewuste.

 

Ik zat aan het begin van de sessie op de bank en Sam zat er naast op een stoel. Ik voelde die beschermlaag, en ik merkte nadat ik het medicijn genomen had dat ik veel makkelijker naar binnen kon gaan. Ik kwam al heel snel vrij diep.

 

Het is steeds belangrijk in overgave te blijven. Zo snel ga je er weer uit en beweeg je weer weg. Ik heb soms even een moment dat ik me bewust ben, er zitten nog drie mensen naar mij te kijken. En dan kan ik er al weer uit zijn. Focus en overgave. Geen gedachten die je weg houden bij dat diepe in jou wat je wilt ontmoeten. Het is pijn. Je beschermingsmechanismen willen je daar van weghouden. En dan heb je steeds die focus vast te houden. Zak er maar in. Ga er maar naar toe. Laat het maar zijn. Het is nu veilig. Nu mag het gevoeld worden wat je lijf al zo lang vasthoud en meedraagt al een blokkade. Waardoor je zenuwstelsel elke dag weer in een stressstand schiet terwijl er geen gevaar is. Overmatige reacties van kritische delen, perfectionisme, angst, dwangmatigheid, depressie, zelfverwijt, zelfdestructieve gedachten, vluchten in iets anders om te compenseren en je lijf niet te voelen. Iedereen heeft er wel wat van. En je kunt van delen die een lading dragen zoveel belemmering ervaren in je leven, dat het je leven zwaar maakt. Je hoeft niet een specifieke herinnering te hebben die eraan gekoppeld is. Juist omdat er in de baarmoedertijd, en tijdens het geboren worden alleen al traumadelen in je systeem krijgen. Je weet vaak niet wat er precies gebeurt is, en dat is ook niet belangrijk. Het kan helpen er een verhaal bij te maken in je verwerkingsproces, maar dat hoeft niet eens te kloppen. Het kan ook in de weg zitten als je er zelf een te vast omlijnd verhaal van maakt. Want het is altijd nog zoveel meer gelaagd en complex.

 

In deze sessie volgden we mijn lijf. Dat is een mogelijke ingang, maar een PSIP sessie kan op verschillende manieren met diverse ingangen. In mijn sessie was de ingang om het lijf te volgen. Ik volgde elke impuls en beweging die mijn lijf wilde maken. Wat wil er gevoeld worden. Welke beweging wil het lijf maken of welke trilling.

 

Sam: “Kijk of je goed zit. Dan gaan we kijken of we de escape routes een klein beetje kunnen dimmen. Dat betekent dat je alleen bewegingen maakt die écht vanuit je lichaam komen. Niet diep ademen of ondertussen iets pakken als je in de sessie zit. Pauzes nemen mag wel.

Dan stem je je rustig af op hoe het nu is in je lichaam. Wat er gebeurt. Is er dan iets wat je opmerkt op dit moment?”

Een soort druk naar mijn hoofd toe, tegen mijn hoofd stijgt het van binnenuit naar buiten.

Sam: “Kijk maar of je er bij kunt blijven. Meer details kunt waarnemen.

En waar die druk het grootst is.

En dan merkte je waarschijnlijk dat je een keer slikt en dat je lichaam reageert.

Hoe is het met de druk?”

Ik: “Dat is nog steeds.”

Sam: “Wat ik dan zie is dat je beweegt en daarna komt er een diepe ademhaling. Daar bewust van worden. Allemaal escapes. Waar beweeg je van weg en wat mag er gevoeld worden?

Waar gaat je aandacht dan naartoe?

En als dat buiten je lichaam is, dan is dat ook oké.

Wat was er vlak voor deze diepe ademhaling? En merk dat maar op”

Ik: “Ik ben me bewust dat het héél veel is. En ik heb zoiets, waar moet ik beginnen.”

Sam: waarschijnlijk komt er dan een herinnering bij naar boven. En denk dan maar dat het heel veel is en dat je niet weet weet waar te beginnen. En laat dit er zijn. Ook al is het heel veel, kijk maar of je jezelf kan toestaan dat die hoeveelheid naar voren mag komen. Het is helemaal welkom. Het hoeft niet weg. En nu adem je dieper. Op het moment dat je dieper adem haalt maak je het weg. In deze sessie willen we deze beweging juist een beetje onderdrukken. Zodat er eindelijk ruimte komt wat wacht om gevoeld te worden.”

Ik: “Ik voel dat ik nog twee inhaleringen wil, om door die barrière te komen, ik ga er zo niet komen”

Sam: “Ik hoor je en dat raakt me heel erg, het is oké, maar ik wil ook niet aan voorbij gaan wat je zegt ‘ik ga er niet komen’. Dat is belangrijk om hier ook bij stil te staan.”

Sam geeft het middel: “Voelde je iets van die eerste inhalering?”

Ik: “Nee, eigenlijk niet. Ik wil er nog twee bij, dan totaal drie”

Sam: “Weet dat je niet hard hoeft te werken. Niets hoeft te doen of te sturen. Alleen maar aanwezig zijn bij wat er is. En dan neem je de tijd om alles waar te nemen. Wat je voelt in je lichaam. En waar je aandacht als vanzelf naar toe gaat.”

Ik: “Nu voel ik mijn buik tintelen. En een momentje kwam het besef hoeveel er onder die barriere zit. Toen ik vorige maand ziek was bleef ik daar nog drie weken in hangen, ziekig. Mijn lijf draagt veel. Er zit veel onbalans. Die smaak van verzuring proefde ik weer in mijn mond.”

Sam: “Blijf er maar bij. Alles is welkom. Laat maar toe wat er wil zijn. Als het groter wil worden, laat het groter worden. Dan komt er een diepere ademhaling. En dan ga je weer terug bij waar je was. Super. Wat merk je?”

Ik: “Ik voel vooral die tintelingen in mijn buik.”

Sam: “Blijf er maar bij. Laat het maar gebeuren. ja blijf erbij, heel goed.”

Dan komt er een eerste golf waar ik in kom. Een vloed van emoties waar ik in zak. Ik kan er in blijven en bij blijven. Het door me heen laten gaan. Het laten gebeuren. Mijn lichaam kronkelt naar rechts. Veel lading komt vrij. Ik houd mijn hand op mijn borst. Sam blijft benoemen wat ze waarneemt: “Laat maar gebeuren. Hoe intens het ook is, het is helemaal welkom. Blijf erbij. Het mag helemaal er zijn. En als het lukt, kijk maar of je wat voorzichtiger kan zijn met je ademhaling.”

Ik adem heel klein, en dan kom ik inderdaad in dat enorm benauwde gevoel. Alsof ik bijna stik. Alles in mijn lijf zit dicht. Dat is de herinnering die mijn lichaam draagt. Dit is zo reinigend.

Sam: “Kun je benoemen wat je allemaal voelt. Het is een golf die opkomt. Kijk maar of je in je lichaam kan laten gebeuren wat er opkomt.”

We zitten nu op minuut 24. En dan komt er een tweede golf waar ik in kom. Mijn lichaam kronkelt naar rechts en ik voel dat ik bijna geen adem krijg als ik erin ga en in die ervaringsherinnering kan blijven. Het zweet perst uit mijn lijf en het slijm druipt uit mijn neus.

Sam: “Kijk maar of je naar de kern kunt gaan van wat daar zit en blijf daarbij. Ja. Heel goed. Voel maar hoe de kern jou wil bewegen. Ja. Heel goed. En ik zie hoeveel het is. Kijk maar of je daar bij kunt blijven. Precies daar bij die kern. En terwijl je bij die kern blijf. Kijk maar of je mijn stem kunt blijven horen. Terwijl je bij die kern blijft. En merk maar dat je bij de piek van de golf komt. Er komt een moment dat je erdoorheen uitkomt. Kijk maar of je erbij kunt blijven. Bij de kern.

En merk maar waar gaat je aandacht naar toe?”

Ik: “Ik merk tintelingen in mijn arm. Het is doods.”

Sam: “Merk je dat het op een laag ook rustiger is? Kan het ook zijn dat iets van jouw aandacht ook buiten je lichaam is? Kun je dat eens volgen? De delen van jou die buiten je lichaam zijn kun je die eens volgen. Neem ze maar waar. Volg ze maar. Welke kant zijn ze opgegaan. Heel goed. Hoe is het daar?”

Ja dat klopte. Sam merkte de dissociatie op die er ontstond, voor ik het zelf bewust was. Wat ik daar buiten mezelf opmerkte was vrijheid. Sam stuurde me daarin. Ze nodigde uit om dat vrije helemaal te voelen. Ik voelde direct hoe vast mijn lijf tegelijkertijd zat. En ik zag wat in. Ik heb mijn hele leven het mooie, vrije, de vrijheid buiten mijn lijf gezocht.

 

Dat is dissociatie die ontstaat als je als heel jong kind geen veiligheid in je lijf, in je systeem ervaren hebt. Ik denk dat ik voor minstens 20% gedissocieerd geleefd hebt mijn hele leven. Dat is niet te peilen of te meten. Je komt er alleen achter in de loop van je proces als je de reis naar binnen maakt, zei Sam eens. Soms denk je, ik ben nu zoveel meer heel. Maar als je dieper graaft kom je weer deurtjes tegen. Je stuit op nog meer oude pijn. Hoe dieper je gaat, je komt altijd nog meer ballast tegen. Maar hoeveel procent je nu leeft van je potentieel, en hoe dicht je bij je pure zelf leeft, is niet te peilen. Het blijft een ervaring. En je merkt in je proces het verschil met ervoor. Je draagt minder mee. En je hebt minder last van allerlei overlevingsmechanismen, die in de kern draaien om de behoefte aan erkenning, bevestiging van anderen, liefde van anderen. Jonge delen in ons zijn onverzadigbaar. Volwassen delen hebben niet de erkenning nodig, maar kunnen vervuld zijn, ervaren overvloed, weten de gezonde balans tussen geven en nemen, kunnen in situaties van onrecht het bij de ander laten en zichzelf dragen. Dán duurt een emotie 90 seconden na een gebeurtenis. Maar er blijft niks knagen. Er blijft niks hangen. Je tobt er niet meer over. Je vraagt je niet af wat anderen over je denken. Want je bent vervuld. Als ik dit schrijf, kan iedereen voor zichzelf een beetje na gaan in hoeverre je volwassen deel gerijpt is, en hoeveel procent er in jou nog zit aan onvolwassen delen. Elke overmatige reactie die niet passend is bij een situatie duid op onvolwassen delen. Of juist het weg bewegen van ingewikkelde situaties. Het vluchten in dopamine-shots. Vluchten en bevriezen, vaak minder zichtbaar, maar dit zijn ook onvolwassen delen. Ik kon me zelf altijd helemaal op storten, en nog, ook al doe ik juist daarom dit werk. Om meer terug te komen tot mezelf. Mezelf weer meer en meer te vinden. Hoe meer ik mijn lichaam weer bewoon, hoe meer ik kan leven.

 

Ik merkte daar buiten mij vrijheid. Maar tegelijk hoe vast mijn lichaam zat. Ik zag het opeens voor me. En dit was confronterend. Ik zag dat vrijheid en het licht wat er altijd al was om in te leven, dat ik daar niet in leefde, ik heb gedissocieerd geleefd voor het grootste deel van mijn leven. Maar mijn lijf was onveilig. Omdat mijn leven zo begon. Dat is mijn blauwdruk geworden. Alle mooie dingen uit mijn leven, heb ik niet in me kunnen ontvangen, maar waren dingen buiten mezelf. De levensstroom, de levensenergie die we krijgen in het leven, kan dan niet door me heen stromen. Het zijn de blokkades, het dicht zitten. In mezelf gekeerd zijn. Ze noemden het binnenvetter, stille wateren hebben diepe gronden. Ik was altijd bezig met informatie, nieuwsgierig zoekend naar betekenisgeving, het diepe doel van ons bestaan. Maar het leven echt ontvangen kon ik niet. Maar er zat dit onder. Als kind op de basisschool was ik altijd wat apart. Ik had in me een sterk deel, wat rotsvast vast hield aan mijn eigen weg.

 

Ik bleef bij mijn lijf. Ik voelde toen woede op komen. Toen ik dat voelde en daarin ging draaide mijn lijf naar links. In die woede energie kwam ik al snel bij de volgende laag verdriet, en mijn lichaam draaide weer naar rechts. Ik zat helemaal gekronkeld en vast, had bijna geen adem meer. Ik bleef erin en toen kwam de volgende golf. Ik bleef erbij. Alle details waarnemen in mijn lijf. Ik ging erin. En liet mijn lichaam de beweging maken die het wilde. Ik bleef het volgen. Erdoor heen. Het is hard werken. Maar zo bevrijdend. Zo zuiverend.

 

Ik vroeg me af, waarom ik nu naar rechts draaide? En wat die verstikking was? Ik denk dat het over mijn geboorte gaat. Het kan ook daarvoor zijn. Maar het is verwonderlijk hoe wijs het lichaam is. Soms vallen de kwartjes later. Dat er opeens een herinnering boven komt van vroeger dat je een heftig moment ervoer en wat je lijf toen blijkbaar heeft vastgezet. Er hoort een verhaal bij. Maar het lichaam weet het. Het is niet belangrijk. Mijn lichaam bewoog mij in het proces. Automatisch. En de heling zit daar als we dat volgen.

Het voelde zo als een opluchting en diepe ontlading. Zo bevrijdend. Het is niet makkelijk om hier naartoe te gaan, erbij te blijven.

Hier zit zo veel in deze ene sessie. Je kunt er een boek over schrijven. Het heeft met zo veel te maken waar we dagelijks mee struggelen in ons leven. Alle disbalans komt uiteindelijk van energetische blokkades die we in ons dragen.

 

Ik heb er een muzieknummer bij gemaakt, ik vindt hem zo goed gelukt en passend:

Muzieknummer: Van hoofd naar hart 

https://youtu.be/Z9dpe0mHLxM?si=mjDxjuxKd31aql69