De Emmer

Veel mensen in onze cultuur hebben een chronische ziekte of chronisch probleem. Soms een diagnose uit de DSM-5 zoals ADHD, autisme, borderline of narcisme. Maar ook fibromyalgie, chronische vermoeidheid, eczeem of een auto-immuunziekte.

De emmer is op een moment in hun leven overgelopen waardoor klachten ontstonden, soms al heel jong.

Vaak denken we: pech dat mij dit overkomt, dat is nu eenmaal genetisch, dus het overkomt mij, of: ziekte en gezondheid zijn in Gods hand. Toch is dit maar een klein deel van het verhaal. En wordt er niet beseft dat we ook voor een deel verantwoordelijk zijn voor onze gezondheid, en meer in ons hebben om er iets aan te doen. Als we dik zijn snappen we, ja, dan moet je minder of gezonder eten. En dit is vaak ook te simpel gedacht, omdat er onder die patronen van eetgedrag veel meer ligt waardoor het iemand simpelweg nauwelijks lukt om het gedrag te veranderen. En dat is niet een karaktertrek die nu eenmaal zo is. Maar het heeft te maken met gevolgschade, vaak vroegkinderlijk trauma. Alles wat we als baby als onveilig hebben ervaren en té pijnlijk vormt een traumadeel. Elke keer dat moeder niet in verbinding was met zichzelf, toen jij een embryo was, kan dit traumadelen veroorzaken, omdat je dit als onveilig ervaarde. Een baby kan niet vechten of vluchten dus bevriest. Stopt een deel van zichzelf dicht om het pijnlijke niet te voelen. En zo ontstaan er op heel jonge leeftijd copingsmechanismes, angst, overlevingsmechanismes en afweermechanismes.

 

Het voorbeeld van de emmer is helpend om te voorkomen dat we bij aandoeningen en chronische klachten verschillende lagen zijn waar we aan kunnen werken. Er is maar een deel waar we geen vat op hebben. De onderste laag in de emmer. Dat is genetische aanleg of werkelijke schade, dna-fouten, hoe je sensaties staan afgesteld (gevoeligheid voor sensaties) enz. Maar de klachten die we ervaren van adhd bijvoorbeeld komen niet alleen uit deze laag. Deze laag vult 0 tot 25% van de emmer. En het enige is dat onze emmer sneller overloopt dan gemiddeld, maar er is nog niks aan de hand als je deze aanleg hebt. Daardoor zie ik adhd of autisme in de diepste zin niet als probleem of stoornis, en ben ik ervan overtuigd dat het een mooie en positieve karaktertrek is. Alle negatieve dingen die iemand ervaart zijn het gevolg van de andere drie lagen. Die zorgen ervoor dat iemand lijdt. En dáár kun je mee werken.

 

De tweede laag in de emmer is de blauwdruk, wie je van jezelf bent, wat jouw eigenlijke natuurlijke aanlegstijl is. En vaak leeft iemand niet meer zijn blauwdruk, maar is men vanuit overleving zich gaan aanpassen aan de omgeving, aan wat de omgeving verwachte van hoe je het moet doen. Het schoolsysteem verwacht heel veel wat totaal niet past bij veel mensen. Toch wordt verwacht dat je voldoet aan de norm. Daardoor verlies je veel energie, omdat je niet meer je eigenlijke voorkeursstijl leeft.

1.Iemand die introvert is krijgt energie van me-time, rustmomenten. Vaak is daar een oordeel over waardoor iemand zich gaat aanpassen en niet meer luistert naar het eigen innerlijk, en past men zich aan. Iemand die extravert is krijgt energie van mensen, veel contact met mensen willen als je in een groep bent, iedereen willen spreken op een feest. Terwijl er niks goed of fout is, je verliest geen energie als je jouw voorkeursstijl volgt.

2.Iemand die houdt van planmatig leven noemen we judging. Je houdt van plannen en dat geeft rust. Een ander geeft het juist onrust, als een gevangenis, die houd juist van ‘we zien wel hoe het loopt’. Het open laten. Die wil juist geen deadline, die beperkt je alleen maar. Dit noemen we perceiving. Vraagt de maatschappij of je beroep heel veel judging, terwijl jouw eigenlijke stijl is perceiving, dan kost dat voor jouw veel meer energie, en kun je beter zoeken naar een ander beroep of opleiding. Altijd zoekend naar wat haalbaar is natuurlijk.

3.Een ander voorkeursstijl is ons referentiekader. Voor sommigen geeft het de meeste energie als een ander jou bevestigt in of je iets goed doet of niet. Het is lastig te onderscheiden of het echt een werkelijke aanlegstijl is of dat het uit onzekerheid voortkomt als iemand vraagt om bevestiging. Je houdt een inleiding voor een groep, en je wilt terug horen van de groep hoe die het vond. Er kan dan gelijk een oordeel op komen van mensen die dit beoordelen als onzeker. Terwijl je echt moet kijken wat eronder zit dat iemand dit vraagt. Is het vanuit onzekerheid (dan is het gevolgschade) of is het omdat dit iemand echt een flow geeft als die bevestiging terugkrijgt van de ander, en dat iemand zo kan groeien vanuit wat anderen teruggeven. Als dit je echte voorkeursstijl is, dat noemen we extern. En de andere kant is intern. Dan krijgt iemand de meeste energie als je vanuit je eigen innerlijk er een goed gevoel over hebt. Jouw presentatie ging goed voor jouw gevoel, en dat geeft een flow. Beide voorkeursstijlen hebben voor- en nadelen. Want als iemand puur vanuit eigen gevoel en overtuiging in flow zit, is het belangrijk dat er wel ook een openstaan is of het voor de groep ook zo goed ervaren is. Zo iemand kan soms minder open staan voor commentaar vanuit de groep, en minder connectie hebben met de groep. Zo iemand functioneert vaak beter op een plek waar je veel ruimte hebt om je eigen gang te kunnen gaan en die ruimte hebt. Een intern iemand wordt vaak te snel beoordeeld als arrogant, terwijl dit niet zo hoeft te zijn. Als er sprake is van gevolgschade en iemand daarom sterk intern is, dan kan het arrogantie zijn, vanuit pijn die eraan ten grondslag ligt, ooit als jong kind heeft zo iemand vaak niet genoeg bevestiging gehad als kind, waardoor iemand vanuit oude pijn leeft. Iemand is gaan overleven en uit harmonie met zichzelf.

 

De derde laag in de emmer is dus gevolgschade. Als je als kind afwijzing kreeg op wat je deed. Vaak genoeg ben je je gaan aanpassen. We willen basisveiligheid. We hebben we allerlei overtuigingen over onszelf gevormd. Is er te weinig bevestiging geweest kunnen we een negatief zelfbeeld hebben ontwikkeld. En we maken er onze identiteit van: ‘Ik ben dom’, ‘ik hoor er niet bij’, ‘ik ben het niet waard’. De vraag stellen aan iemand ‘Wie ben jij’ kan soms heel confronterend zijn. Wie ben je echt? Vaak kom je dan al bij een pijn, en raak je iemand met deze vraag.

 

De vierde laag is dat we leven ‘Hoe het hoort’. Aangeleerd gedrag. Het is interessant om te onderzoeken of andere manieren voor jou wellicht beter werken. Je onderzoekt wat voor jou werkt, en leert zo energie te besparen.

 

De vijfde laag in de emmer is de energie die je overhoudt om te leven. Bij onbalans is die laag heel klein geworden en je zit in een patroon van overleven. Je zit voortdurend op het randje van overlopen. Bij een burnout bijvoorbeeld zit de emmer helemaal vol en is er langdurig geen ruimte meer in je emmer, die zit helemaal vol met ballast en het duurt lang voordat er weer ruimte komt om uit die stilstand te komen.

 

Er is altijd meer mogelijk dan je denkt. En dat is soms een lange zoektocht, maar dit kan juist een heel mooie zoektocht zijn. Belangrijk is dat de focus ligt op het leren omarmen van hoe het nu is, het oefenen in accepteren van je huidige toestand. En dat is soms al een proces. Om jezelf eerst te oefenen in veiligheid. Innerlijke veiligheid oefenen vraagt ook om te leren connecten met je lijf, met je gevoel. Niet je emoties, maar je echte zelf, je hart. Leren de connectie te maken met alle delen in je lijf. Dit is vaak al een hele weg, omdat we dit niet geleerd hebben in onze cultuur. We leven vooral in ons hoofd, en ons lijf hangt er maar bij en die moet het doen, en als die het niet doet moet een huisarts of medicijn dit oplossen. Terwijl ons lichaam vaak al lang ‘nee’ zei tegen ons, maar we leren niet wat de taal is van ons lichaam. We leven eigenlijk als een kop zonder kip. De oplossing van heel veel ‘cultuur’ziektes zit juist in het weer leren luisteren naar ons lijf. Begrijpen wat het ons te vertellen heeft. En daarom is lichaaamsgerichte therapie zo mooi. Je leert je eigen lichaam weer te begrijpen waarom het doet wat het doet. Waarom eczeem opspeelt, of waarom je niet herstelt van een bepaald symptoom. Er zit altijd iets onder. Een emotie die ooit niet goed is verwerkt zorgt voor onbalans. Een emotie is een energie. Een emotie heeft een bepaalde frequentie. En hoe positiever de emotie, hoe hoger de vibratie, de trilling ervan. En je lichaam herstelt zich op een hoge vibratie. Zit je laag in je energie, dan zit er teveel negatieve emotie in je lijf. Dit kost veel energie en je lichaam kan zich niet goed herstellen, waardoor er klachten ontstaan. Veel emoties die in ons lichaam ‘stromen’ daar zijn we ons niet van bewust. Deze manifesteren zich in ons onbewuste brein, in de 95% van onze onbewuste processen in ons brein. We zijn slechts 5% bewust. Zoals een topje van een ijsberg, we zien niet wat er onder water zit. We zien alleen het gedrag van onszelf en van anderen, terwijl er heel veel onder zit. We kunnen wel dingen naar boven halen, maar dan moeten we door die oppervlakte heen onder water, die oppervlaktelaag is onze kwetsbaarheid. En vaak willen we daar zelf al niet naar toe. Echt leren naar binnen te gaan, in ons eigen gevoel. Allerlei mechanismes zorgen ervoor dat we niet daar naartoe gaan. We houden ons groot, we hebben allerlei uitvluchten. Het lastige en complexe is dat hier de oplossing zit van veel problemen zoals long-covid of probleemgedrag bij adhd. Maar omdat die beschermingsmechanismen in ons zo sterk zijn, zijn heel veel mensen niet te bereiken. En juist als de reguliere geneeskunde blijft roepen dat je ermee moet leren leven, dat het vaststaat, dat er nog geen behandeling mogelijk is, dat versterkt bij deze mensen het beschermingsmechanisme enorm. Dit geeft een bepaald soort houvast, en dit geeft veiligheid aan je systeem. Maar het is wel een schijnveiligheid, die jou ziek houdt. Die jouw brein doet geloven dat het nu eenmaal zo is, dit geeft een bepaalde mate van houvast, wat je zo nodig hebt, terwijl het je tegelijk ziek houdt. Het is een niet-helpend mechanisme, waar je doorheen moet om uit een ziektepatroon te kunnen komen.
Ook een versleten rug is altijd tweeërlei: vaak is de werkelijke schade en hinder die je ervaart vanuit de echte schade ca 10 tot 20%, en de rest, dus het grootste gedeelte, is psychosomatische pijn, die je brein jou doet ervaren. Je brein maakt de pijn dus vijf tot tien keer zo groot. En het mooie is dat je dit stuk kunt aanpakken met de methode van Body Mind Syndroom, die dr. Sarno in 1970 ontwikkelde, en waar veel coaches nu mee werken.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.