Body Mind (2) - De vijf basisbehoeftes of ontwikkelingsbehoeftes
N.a.v. het model wat gebruikt wordt bij De Eerste Verdieping opleidingen, gekoppeld met de theorie van Reich over de karakterstructuren.
Bron afbeelding: De Eerste Verdieping opleidingen
1.Verbinding, dat je je verbonden voelt (bestaansrecht voelt, dat je ertoe doet).
Is dat er niet volledig geweest, dan kan het zijn dat je veel in je hoofd leeft, in je denken.
Of dat je niemand nodig hebt, het allemaal alleen afkunt. Het pijnlijke gevoel dat eraan ten grondslag ligt: het gevoel hebben dat je er niet bij hoort.
Dit kan zijn op trots geïdentificeerd: jezelf willen bewijzen, jezelf willen laten zien.
Of op schaamte geïdentificeerd: dan laten we niet zien, dan trek je je terug.
2.Afgestemd op je eigen behoeftes (dat je overvloed kunt ervaren). Je ouders hebben je erkend, je mocht je behoeftes uitspreken, ook al was het niet wat mama wilde. Je mocht huilen, boos worden, er was erkenning dat je gevoelens hebt. Je ouders voelde goed aan wat je als kind nodig had op emotioneel niveau.
Kwam je hierin tekort dan kun je patronen hebben zoals jezelf onmisbaar willen maken voor anderen. De helper: op trots geïdentificeerd: ik moet alles doen om te redden, ik moet laten zien dat ik onmisbaar ben. Hier ligt een pijnlijk gevoel aan ten grondslag: ik tel niet mee.
Je leeg en onvervuld voelen. Het kan zijn dat er als kind voor jou werd gedacht en over je behoeftes werd heen gewalst.
3.Vertrouwen: Afhankelijkheid en onafhankelijkheid in balans, beide kunnen vrij bewegen. Het gaat erom dat als een ander jou niet aanvoelt, snapt, begrijpt, dat je dan overeind blijft en geen delen in je gaan schreeuwen.
Was dit er niet voldoende kun je patronen ontwikkelen in je gedrag van control, domineren, jezelf overschreeuwen, je groot naar buiten voordoen of je klein en machteloos voelen: een verraden gevoel omdat je niet hebt kunnen zijn wie je was als kind. Je moest een soort project zijn van papa of mama, een prinsesje of in extremere vormen kun je later narcistische patronen ontwikkelen. Om je nog iemand te voelen doe je je heel groot voor. Of juist heel klein, je voelt je een zeur als je iemand om hulp vraagt.
4.Autonomie. Je welkom voelen bij jezelf en bij de ander. Jezelf kunnen zijn, verantwoordelijkheid kunnen nemen voor jezelf. Voor jezelf nee kunnen zeggen zonder schuldgevoel, ja kunnen zeggen in overeenstemming met je innerlijk.
Was dit er onvoldoende kun je patronen ontwikkelen van altijd aardig zijn. Terwijl er achter je muurtje zit een gevoel van ‘En ik nou?’
Een people pleaser. Plaese gedrag. Wel je lijf geven, maar niet je ziel. Hier kun je op leeg lopen. Burnout raken. Altijd maar moeten helpen om een goed voldaan gevoel te krijgen. Maar je blijft het nodig hebben. Hard werken, terwijl je niet echt naar je lijf luistert.
Je boos voelen. Dit kan naar buiten toe zijn gericht, een nors persoon. Of naar binnen gericht, jezelf van alles verwijten.
5.Liefde en intimiteit: met een open hart in staat zijn om liefdevolle relaties te hebben en intimiteit kunnen ervaren.
Was dit er onvoldoende kun je je onvervuld voelen. Als compensatie kun je perfectionisme ontwikkelen. Dit kan veel vormen hebben. Het kan ook zijn dat je heel rommelig bent om te laten zien hoe rommelig je bent. Of je mag geen fouten maken van jezelf.
Bang voor afwijzing, dat je niet geliefd bent, je hebt voortdurend bevestiging nodig van mensen dat je geliefd bent. De gedachte erachter is schaamte-identificatie.
Waarschijnlijk besef je dat iedereen zich hierin herkend en niemand perfect is. De eerste ‘verbinding’ daar is niemand volmaakt in ontwikkeld. De andere vier zijn compensaties van de eerste. Ieder kind ervaart tekorten en vormt overlevingspatronen. Dit brengt je vaak ook ergens in je leven. Je kunt een enorme drive hebben om ergens voor te strijden vanuit een onderliggende boosheid. Je hoeft niet perfect te zijn. Geef jezelf ruimte, zodat je echt vanuit je innerlijk kan gaan leven. Verbonden leren leven. Hart en hoofd verbonden: Body Mind. Jouw overlevingsmechanismes zijn niet je identiteit. Jouw sterk zijn, perfectionisme of control brengen je wat, maar je bent dat niet. Ze dienen je tot op zekere hoogte en helpen je overleven. Hoe meer je ontwikkelt, hoe meer je kunt werken aan verbetering. Zo kun je je gevormde karakter met allerlei vervelende trekken, je zondige karaktertrekken weer meer heel maken, vrij maken van de onderliggende pijnen die je steeds in de macht houden. Zo werk je aan innerlijke bevrijding.
Deze vijf stadia, de inzichten komen uiteindelijk van Wilhelm Reich, leerling van Freud, die vijf karakterstructuren ontdekte, nadat hij heel veel mensen onderzocht en vooral ook de koppeling met hun jeugdjaren en hun ouders. Aan die vijf structuren ligt ten grondslag het tekort wat men in de ontwikkeling als kind had en hoe er als heel jong kind overlevingspatronen ontstonden. Deze ontstaan tussen de conceptie en het 6e levensjaar. Dit is heel summier beschreven, maar om een indruk te geven wat Reich omschreef heel kort omschreven. Het is geen diagnose, maar de grote waarde ervan is dat je mensen veel beter gericht kan behandelen, als je de karakterstructuur herkent. Want dan begrijp je gedrag en patronen die onder dit gedrag zitten. Als je dit weet, kun je veel gerichter werken, en kun je begrijpen van waaruit deze patronen zijn ontstaan. Niet een stoornis, maar een onderliggende pijn die nu mag worden uitgepeld, en samen mag worden gezocht naar een leven vanuit je pure zelf, en minder vanuit de overlevingsdelen.
Afwezige karakterstructuur
Basisbehoefte: Bestaansrecht. Onbewust overlevingsbesluit: Ik ben er niet.
Is er een verstoring bij de eerste? Voelde je emotionele connectie met je moeder, ook al in de buik? Dit weet je niet meer bewust, maar dit ligt opgeslagen in je onbewuste geheugen. Je kunt het leren herkennen. Is een moeder niet emotioneel verbonden met zichzelf kan er al bij het kind het gevoel zijn niet welkom te zijn. Afhankelijk ook van aanleg. Ieder kind heeft een eigen blauwdruk. En kan een moeder zich emotioneel aansluiten bij haar kind? Het gaat nooit om schuld, maar puur om bewustwording. Als moeder kun je snel een schuldgevoel hebben hierover eerlijk na denken. Belangrijk is te beseffen dat je altijd het beste deed wat je toen kon. En als je nu meer inzichten krijgt, kun je nu weer opnieuw kijken wat je nu kunt doen. Inzichtelijk maken en werken aan heling. Als kind draag je de gevolgen.
Bij de eerste karakterstructuur is je pijnstuk je welkom voelen in de wereld. Je bent vaak afgesloten van je lijf en zit veel in je denken of juist in je fantasiewereld.
Behoeftige karakterstructuur
Basisbehoefte: voeding, fysiek en emotioneel. Overlevingsbesluit: Ik kan niet, ik neem het.
Als ouders jou niet in je emotionele behoeftes konden vullen, niet goed aan konden sluiten bij wat jouw behoeftes waren als kind, dan ben je gaan overleven. Om die pijn niet te voelen heb je een deel van jezelf afgesloten. Een pijnlijk gat in jezelf van onvervuld zijn. Daarin zitten gevoelens van hulpeloosheid. Later in je leven kunnen die door allerlei gebeurtenissen naar boven komen en je kunt ook in een crisis komen. In erge vorm anorexia. Om dit gat weer te vullen is een behandeling nodig die erop gericht is uit de isolatie te komen en de daarmee verbonden woede bestrijden, zonder onbevredigende eisen aan anderen te stellen.
Wantrouwige karakterstructuur
Basisbehoefte: overgave. Overlevingsbesluit: Ik kan het wel, ik wil vrij zijn. Overtuiging: Ik heb gelijk, ik doe alleen wat ik wil, controle, ik ben de baas
Laten zich niet ondersneeuwen. Staan stevig, maar hebben een pantser. Je moet voorzichtig zijn met kritiek geven. Ze staan sterk op eigen benen, maar zijn niet verbonden met hun innerlijk. Daar zit dat kwetsbare waarin ze ooit beschadigd zijn. Maar daar moet je niet aan komen. Ze zijn sterk en ‘hebben geen problemen’. Ze zijn oké met zichzelf en zoeken het beste voor anderen. Of ze willen superieur zijn aan anderen, dit kan heel subtiel zijn. Ze missen vaak het aanvoelen van een gezonde sociale interactie. Ze laten zich niet ondersneeuwen en kunnen soms direct zijn, terwijl ze in hun ogen dit heel oprecht bedoelen, maar niet altijd aanvoelen wat dit met anderen doet.
Verdragende karakterstructuur
Basisbehoefte: zichzelf kunnen zijn. Overlevingsbesluit: Ik wil niet, maar doe het toch
Dit zijn vaak de mensen die zich vol overgave inzetten voor anderen, heel goed zijn voor anderen, maar als je echt inzoomt vergeten ze zichzelf. Dit kan heel gecamoufleerd zijn.
Afstandelijke karakterstructuur
Basisbehoefte: Durven leven vanuit het hart. Overlevingsbesluit: Ik sluit me, ik wil niet gekwetst worden
Vaak de perfectionisten, bij wie er voor de buitenwereld niets op aan te merken valt. Keurig of aantrekkelijk. Houding vaak rechtop. Maar je komt niet dichterbij. Alleen leven vanuit bovenlijf. Maar het hart is afgesloten. Heel moeilijk om echt hun hart te geven. Controle en alle touwtjes zelf in de hand hebben is veiliger.
Vaak herken je je in één karakterstructuur het meest, soms in meerdere. Maar dit helpt om inzicht te krijgen en in de weg naar innerlijke bevrijding biedt dit veel richting over welke aanpak je nodig hebt.
Reactie plaatsen
Reacties